| De
eenden

De
bergeend is vrij talrijk als broedvogel aan de kust van Nederland
en bovendien aan het IJsselmeer, in Midden-Friesland en in het
zuidwesten van Noord-Brabant, verder op opspuitterreinen bij
Amsterdam
Duikeenden
Kenmerkend zijn het korte, vrij kleine lichaam, de ver uit elkaar
staande poten, die nog meer naar achteren zijn geplaatst dan
bij de zwemeenden. Bovendien hebben ze een grote lob aan de
achterteen, die bij de zwemeenden ontbreekt. Zij hebben een
lichte of wit gekleurde spiegel. De meeste soorten broeden bij
zoet water, maar in de winter bevinden ze zich in grote troepen
op zout of brak water.
De
toppereend, wintergast vooral op zout water, maar ook
op het IJsselmeer en grote binnenwateren, soms in grote troepen,
levend van dierlijk voedsel (driehoeksmossel).
De
bekendste soort is de eidereend, die tegenwoordig een
vrij talrijke broedvogel is van Nederlan en als doortrekker
en wintergast in vrij groot aantal voor de kust wordt aangetroffen.
Evenals bij de meeste eenden bekleedt het alleen broedende wijfje
het nest met donsveren.
De
grote zaagbek is in Nederland een doortrekker en wintergast,
ook op de binnenwateren ook en veel op het ijsselmeer te vinden.
|