| Alle
planten van het IJsselmeer en de Randmeren
De
plantengroei weerspiegelt de variatie in en binnen de landschappen
en is dan ook zeer gevarieerd. De grote laagveenmoerassen (Nieuwkoop,
Vechtstreek, Noordwest-Overijssel, Friesland) vinden nergens
in West- en Zuid-Europa een equivalent, evenals de door inpoldering
ontstane Oostvaardersplassen in Flevoland.
De
in het oosten en zuiden gelegen stuwwallen, heiden, hoogvenen,
vennen en loofbossen, rivierdalen, beken en bronnen kennen elk
hun karakteristieke plantengroei. De verscheidenheid wordt nog
versterkt door regionale klimaatverschillen en de mens heeft
duizenden jaren lang landschap en plantengroei beïnvloed,
en wel vooral door het bedrijven van een kleinschalige en gevarieerde
landbouw.
Bij
wegvallen van de menselijke invloed zou het land, voor zover
niet onder de zeespiegel verdwijnend, voor het overgrote deel
begroeid raken met een klein aantal bosvegetatietypen, die nu,
ten dele als resten van een oorspronkelijke begroeiing, nog
aanwezig zijn.
De
mens heeft deze bossen echter in de loop der eeuwen geleidelijk
vervangen door stabiele half-natuurlijke landschappen zoals
heiden, blauwgraslanden en andere schraallanden, rietlanden
en krijthellinggraslanden, en daarmee de verscheidenheid aan
de plantengroei vergroot. Tot in de 20ste eeuw namen deze landschappen,
thans teruggedrongen tot natuurreservaten, een veel groter oppervlak
in beslag dan het cultuurland in engere zin (akkers e.d.).
|