De
Snoekbaars
Snoekbaars
of ook wel zander, van
belang als consumptievis en sportvis. De naam snoekbaars draagt
deze soort wegens de snoekachtige kop. Net als de baars heeft
de snoekbaars de rugvinnen gescheiden, nagenoeg zonder tussenruimte,
waarbij de tweede rugvin 19-24 weke stralen heeft. De kop
is langgerekt (snoekachtig). De kleur is grijsgroen op de
rug, de zijden en buik zijn grijswit met koperglans. Op de
rug bevinden zich talrijke donkere dwarsbanden en vlekken.
De rugvin en meestal de staartvin hebben in rijen gerangschikte
donkere strepen. De lengte is tot 1,2 m met een gewicht van
13 kg. De paaitijd valt van april tot juni. Het is een roofvis.Door
het uitzetten van jonge dieren is de soort nu over heel Nederland
verbreid. In het IJsselmeer is zij vrij talrijk, waarbij spieringen
haar geliefkoosd voedsel zijn.
In
de beroepsvisserij wordt er vooral met kieuwnetten op gevist,
in de sportvisserij met kleine aasvisjes, stukjes vis, wormen
en kunstaas. Voor het vissen met de hengel is in Nederland
de minimummaat 45 cm, een lengte die de vis na ca. 5 jaar
bereikt. |