| Het
kompas:
De
werking van een magnetisch kompas berust op het feit dat een
magneetnaald, die in het horizontale vlak vrij draaibaar is,
het magnetische noorden aanwijst. Door toepassing van variatie
en deviatie kan hieruit de richting van de ware noordzuidlijn
worden bepaald.
Het
scheepskompas bestaat in hoofdzaak uit de volgende onderdelen:
-
De kompasroos, waarop de kompasverdeling in graden en in windstreken
is aangebracht. Aan de kompasroos is een stel magneetnaalden
bevestigd.
- De
kompasketel, een koperen, door een glazen plaat afgedekte
ketel op de bodem waarvan een verticale pen met iridiumpunt
is aangebracht. De kompasroos draait om deze pen.
-
Het kompashuis of nachthuis, waarin de ketel cardanisch is
opgehangen. Aan en in het kompashuis bevinden zich nog weekijzeren
en magnetische compensatiemiddelen.
Men
spreekt naar de aard van de roos van kompassen van lichte (nl.
papieren) rozen en van vloeistofkompassen. Bijna overal wordt
het vloeistofkompas gebruikt. Bij dit kompas heeft men het magnetisch
moment vergroot door aanzienlijk zwaardere magneetnaalden toe
te passen. Om te voorkomen dat hierdoor een grote wrijving ontstaat,
wordt de roos voorzien van een drijver en wordt de kompasketel
geheel met vloeistof gevuld. De opwaartse druk van de vloeistof
reduceert aldus de druk op de kompaspen. Er bestaan ook vloeistofkompassen
waarbij de staafmagneten vervangen zijn door een ringmagneet
die in de drijver is aangebracht. Dit kompas heeft door o.a.
een nog vergroot magnetisch moment bijzonder goede eigenschappen.
| De
windstreken op een kompas
De belangrijkste windstreken op een kompas (de vier hoofdwindrichtingen)
zijn het noorden, zuiden, oosten en westen. De naald van
de kompas gaat in de lijn staan met het magnetisch veld
van de aarde en wijst dus de magnetische noord-en zuidpool
aan. Zo wordt een vast referentiepunt gevormd aan de hand
waarvan positie kan worden bepaald. De hoofdwindrichtingen
zijn onderverdeeld in het noordoosten, zuidoosten, zuidwesten
en noordwesten, om de richting exacter te kunnen bepalen.
Indien nodig kunnen deze ook weer verder worden onderverdeeld.
|
 |
|